Polymyositis en Dermatomyositis

Wat is het?

Polymyositis is een chronische spierziekte waarbij spieren ontsteken, vooral in de bovenarmen en bovenbenen.

Polymyositis komt voor bij ongeveer 1 op de 10.000 mensen, vaker bij vrouwen en bij mensen van het negroïde ras. De ziekte kan op alle leeftijden voorkomen maar meestal na het 20e jaar. Het is niet erfelijk en niet besmettelijk.

De eerste verschijnselen van polymyositis zijn spierzwakte, spierpijn, een algemeen gevoel van malaise en soms ook koorts; het kan lijken op een zware griep.
Mensen merken dat ze moeite krijgen met traplopen, fietsen en tillen en voelen zich moe. Veel mensen krijgen bovendien pijn in en rond de gewrichten, waarschijnlijk door de veranderde belasting.

Sommige mensen krijgen last van kortademigheid als de ademhalingsspieren zijn aangetast.
Als de slikspieren beschadigd zijn, kan dat leiden tot verslikken. Soms kunnen de slikspieren ook dikker worden waardoor het slikken moeilijker gaat.

Dermatomyositis
Een nog zeldzamere vorm van polymyositis is dermatomyositis. Hierbij ontstaan naast spierontstekingen ook huidafwijkingen. Deze huidafwijkingen komen vooral voor rond de ogen en op de knokkels van de handen en geven vaak pijn en jeuk. Dermatomyositis ontstaat in Nederland jaarlijks bij 1 op de 200.000 mensen. Deze ziekte komt vooral voor bij kinderen tussen de vijf en vijftien jaar en bij mensen op middelbare leeftijd maar kan zich op alle leeftijden openbaren.

Een ernstig verschijnsel dat zich vooral bij kinderen voordoet is aantasting van organen zoals het maagdarmstelsel, hart en longen. Daarnaast kunnen kinderen last hebben van onderhuidse kalkneerslag, die pijn en belemmering kan veroorzaken. Ook komen bij kinderen vastzittende gewrichten (contracturen) voor.

Waardoor kan het komen?

Bij polymyositis en dermatomyositis ziet het afweersysteem de spiervezels of bloedvaatjes in de spieren aan voor lichaamsvreemde stoffen. Het zijn dus auto-immuunziekten, waarbij het immuunsysteem zich tegen eigen weefsel keert. Waarom dit gebeurt is niet bekend; er wordt soms gedacht dat het door een virus in gang kan worden gezet.


Hoe wordt het vastgesteld?
Bloedafname uit een ader in de arm. Bloedafname uit een ader in de arm. (Niilo Tippler)

Om vast te stellen of iemand myositis heeft, doen artsen een aantal onderzoeken. Eerst vindt een algemeen lichamelijk onderzoek plaats. Daarna wordt bloedonderzoek gedaan. Bij myositis komen namelijk enzymen uit de spiervezel in de bloedbaan terecht, onder andere creatine kinase (CK).
Verder kan de ontstekingsactiviteit van de spieren door middel van een electromyografisch onderzoek (EMG) gemeten worden, en wordt een stukje spier of huid (biopt) onder een microscoop onderzocht.


Wat kan helpen?
(istockpro.com)

Polymyositis en dermatomyositis zijn redelijk goed te behandelen met medicijnen die de ontstekingen remmen. Het medicijn dat meestal toegepast wordt, is Prednison. Prednison moet langdurig worden gebruikt, eerst met een hoge en later een lage dosering. Als Prednison niet het gewenste effect heeft, kunnen andere immuun-onderdrukkers worden gebruikt, zoals Methotrexaat en Azathioprine (Imuran), maar hiervan is het effect minder goed bekend.

Naast deze ontstekingsremmers kunnen medicijnen worden voorgeschreven tegen specifieke gevolgen, zoals hartversterkende medicijnen, pijnstillers tegen gewrichtspijnen of zalf tegen jeuk en pijn bij dermatomyositis.


Wie kan helpen?
(Sharon Dominick)

De behandeling kan worden uitgevoerd door diverse specialisten, zoals een neuroloog, reumatoloog en internist. Ook kunnen een revalidatiearts en diverse paramedici zoals een fysiotherapeut, ergotherapeut en diëtist bij de behandeling betrokken zijn. Met fysiotherapie kan, vooral bij kinderen met dermatomyositis, verstijving van gewrichten voorkomen worden. Bij sommige klachten zoals pijnlijke onderhuidse verkalkingen of een verdikking van de slikspieren kan een operatie soms uitkomst bieden.


Ermee leven

Het kan over het algemeen geen kwaad om met deze aandoening aan het werk en in beweging te blijven. Bepaalde werkzaamheden kunnen echter moeilijk zijn. Het is over het algemeen gunstig voor het herstel om naar het werk te blijven gaan en het werk aan te passen. Als dat niet lukt, is het handig om contact te houden met collega's.
Iemand die zich niet ziek meldt, kan wel een afspraak maken met de bedrijfsarts of de bedrijfsverpleegkundige om de problemen op het werk te bespreken. Misschien is het mogelijk om met kleine aanpassingen aan het werk te blijven. Informatie over het open spreekuur kunt u krijgen bij de arbodienst van uw werk.
De bedrijfsarts en de huisarts kunnen informatie uitwisselen om de begeleiding optimaal op elkaar af te stemmen, maar nooit zonder toestemming van de patiënt.
Tegenwoordig is het wettelijk geregeld dat zowel de werkgever als de werknemer zich moeten inzetten voor hervatting van werk ('Wet Verbetering Poortwachter').


Gerelateerde onderwerpen
Woordenlijst
Links