Ziekte van Scheuermann

Wat is het?

De ziekte van Scheuermann, ook wel juveniele (jeugdige) kyphose (rugkromming) genoemd, wordt gekenmerkt door een vormafwijking van de borstwervels met een verkromming van de rug als gevolg.
De borstwervels worden hierbij wigvormig waarbij de achterkant een normale hoogte houdt en de voorkant als het ware 'inkrimpt'. Dit begint meestal in de kinderleeftijd en komt bij ongeveer 5% van de mensen voor; bijna even vaak bij meisjes en jongens.

De ziekte kan heel mild zijn en geeft bij sommigen helemaal geen klachten, bij anderen ontstaan er problemen zoals pijn, toenemende kromme rug, klachten van het zenuwstelsel en hart of longproblemen.


Waardoor kan het komen?

Er zijn veel theorieën over mogelijke oorzaken maar tot nu toe blijft de oorzaak onbekend.


Hoe wordt het vastgesteld?

Op een röntgenfoto (zijaanzicht) van de wervelkolom zijn de afwijkingen goed te zien, ook een CT of MRI-scan worden soms gedaan om meer informatie te krijgen.


Wat kan helpen?

Ontstekingsremmende pijnstillers kunnen worden gebruikt om pijn tegen te gaan.

Soms wordt ook oefentherapie of fysiotherapie voorgeschreven. Onder begeleiding probeert de patiënt een betere houding te ontwikkelen en de spieren zo sterk mogelijk te maken.

Soms kan een hulpmiddel zoals een brace of gipskorset nodig zijn om de rug in een betere stand te krijgen.

Een operatie aan de rug kan overwogen worden. Hierbij worden de wervels vastgezet om de kromming te verminderen.


Wie kan helpen?

Iemand met de ziekte van Scheuermann zal door de huisarts doorverwezen worden naar een orthopeed die aan de hand van röntgenfoto's en de ernst van de pijnklachten een behandeling opstelt die erop gericht is de houding en conditie te verbeteren. Verder kunnen een oefentherapeut en een fysiotherapeut betrokken zijn bij de behandeling.


Ermee leven

Het kan over het algemeen geen kwaad om met deze aandoening aan het werk en in beweging te blijven. Bepaalde werkzaamheden kunnen echter moeilijk zijn. Het is over het algemeen gunstiger om naar het werk te blijven gaan en het werk aan te passen.
Iemand die zich niet ziek meldt, kan wel een afspraak maken met de bedrijfsarts of de bedrijfsverpleegkundige om de problemen op het werk te bespreken. Misschien is het mogelijk om met kleine aanpassingen aan het werk te blijven. Informatie over het open spreekuur kunt u krijgen bij de arbodienst van uw werk.

De bedrijfsarts en de huisarts kunnen informatie uitwisselen om de begeleiding optimaal op elkaar af te stemmen, maar nooit zonder toestemming van de patiënt. Tegenwoordig is het wettelijk geregeld dat zowel de werkgever als de werknemer zich moeten inzetten voor hervatting van werk ('Wet Verbetering Poortwachter').

Bronnen: Orthopedie prof. dr. J.A.N. Verhaar, prof. dr. A.J. van der Linden
 
Gerelateerde onderwerpen
Links