Botbreuk

Wat is het?

Een botbreuk wordt ook wel fractuur genoemd. Een fractuur kan uiteenlopen van een scheurtje in het bot tot een volledige verbrijzeling ervan. In alle gevallen doet het pijn, er ontstaat een zwelling door de bloeduitstorting bij de breuk en normale bewegingen zijn vaak niet meer mogelijk. Soms voelt of hoort men een 'krak' op het moment dat het bot breekt. Bij een ernstige botbreuk kan het bot door de huid heen uitsteken.


Waardoor kan het komen?

Een bot kan breken als er teveel kracht op komt te staan, bijvoorbeeld door een 'verkeerde' val bij het sporten of door een auto-ongeluk. Dit kan iedereen overkomen maar de kans op breuken stijgt naarmate men ouder wordt.

Er zijn ook botbreuken die door een ziekte worden veroorzaakt. Deze worden pathologische fracturen genoemd. Het bot breekt dan bijvoorbeeld door osteoporose, door een tumor of door een cyste. Het bot is dan door de aandoening verzwakt, waardoor het gemakkelijker breekt.


Hoe wordt het vastgesteld?

Een botbreuk kan door een arts vaak met lichamelijk onderzoek worden vastgesteld. Bij een breuk van het sleutelbeen is het dan bijna nooit nodig om een röntgenfoto te maken. Bij andere breuken is meestal wel een röntgenfoto nodig om de precieze breuk vast te stellen. Bij twijfel tussen een kneuzing of een breuk geeft een röntgenfoto meestal duidelijkheid, een enkele keer moet een foto herhaald worden.


Wat kan helpen?
Arm in mitella Arm in mitella (Maartje van Caspel)

Een botbreuk moet in principe door het lichaam zelf worden genezen. De behandeling is erop gericht om de botten in de juiste richting aan elkaar te laten groeien.

Zodra een fractuur optreedt, gaat het lichaam de gewonde plek verdedigen en treedt een ontsteking- en genezingsproces op. Er treedt een bloeding op welke een stolsel vormt. In dit stolsel gaan nu vanuit de bloedvaten en omgeving bindweefselcellen ingroeien. Deze maken stevige draden waarin weer kalk wordt afgezet door nieuwe botcellen. Zo gaat het bot geleidelijk weer vast zitten en wordt daarna weer hard. Op de plek van de breuk ontstaat een bult van nieuw gevormd bot die later meestal weer verdwijnt.

Afhankelijk van de pijn zal een pijnstiller worden voorgeschreven voor de eerste dagen na het breken van het bot.

Niet alle botbreuken hebben een behandeling nodig in de vorm van gips of een operatie, soms is een verband, brace of mitella voldoende. Als de botstukken goed tegen elkaar aan liggen en er weinig kans is op verschuiven, kan de breuk zonder behandeling genezen. Bij een gebroken sleutelbeen, vinger, rib of stuitje is meestal slechts tijdelijk rust nodig waarna in een vroeg stadium weer geoefend kan worden. Dit geldt ook voor sommige typen van wervel- en bekkenfracturen.

Bij andere botfracturen moet vaak een spalk van gips of kunststof aangelegd worden of kan een operatie (met platen, schroeven, pennen of draden) worden uitgevoerd om het bot te herstellen. Dit is afhankelijk van de fractuur.
Soms moet een bot 'gezet' worden. Er wordt dan meestal aan het gebroken lichaamsdeel getrokken om de botstukken die naast elkaar stonden weer op elkaar te krijgen. Dit gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving door in het gebied van de breuk verdovingsvloeistof te spuiten. Deze verdoving werkt na ongeveer een uur. Na het zetten van het bot wordt een gipsspalk aangelegd en wordt een röntgenfoto gemaakt om te controleren of de juiste stand is bereikt. Als een juiste stand niet wordt bereikt kan soms een operatie nodig zijn.

Bij een beengips worden vaak bloedverdunnende medicijnen voorgeschreven tegen trombose. Dat is verstandig bij een bovenbeensgips, maar soms ook bij een onderbeensgips. Het kan in de vorm van tabletten, maar ook in de vorm van injecties. De injecties kunnen door een wijkverpleegkundige of, na instructie, door de persoon zelf worden gegeven.


Wie kan helpen?

Als er een gipsverband moet worden aangelegd, wordt dit meestal gedaan door een gipsverbandmeester die werkt op de gipskamer van een ziekenhuis. Een operatie aan het bot wordt over het algemeen uitgevoerd door een algemeen chirurg of een orthopedisch chirurg.


Ermee leven

Over het algemeen is een botbreuk binnen zes weken hersteld. In de eerste week is het belangrijk gips hoog te houden om zwelling tegen te gaan.
Voor een gebroken arm kan een sling (stoffen band), een mitella (draagdoek) of een kussen helpen. De hand moet hoger dan de elleboog zijn. Bij een gebroken been moet de voet hoger dan de knie en de knie hoger dan de heup liggen. Er zijn in overleg met de behandelaars vaak oefeningen om de spieren in het gebied stevig en soepel te houden.
Gips en kunststof mogen ook niet nat worden en op gips of kunststof mag men alleen lopen als het speciaal 'loopgips' is. Na een operatie mag men meestal wel meteen bewegen en lopen.

Bij de thuiszorg zijn op recept van de arts elleboogkrukken te leen.
Veel mensen hebben last van jeuk onder het gips. Dit kan bestreden worden met een koude föhn of speciale anti-jeuk spray. Er mag nooit een scherp voorwerp gebruikt worden om onder het gips te krabbelen.

Het kan zijn dat men door het gips bepaalde activiteiten of werkzaamheden niet uit kunt voeren. Het is dan nuttig om met de behandelend arts, de werkgever en de bedrijfsarts te bespreken welke werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en welke werkzaamheden misschien moeten worden aangepast.

Het is verstandig om bij toename van pijn, zwelling of een erg warm of koud gevoel van het lichaamsdeel, contact op te met het behandelend ziekenhuis. Er kan dan beoordeeld worden of dit een teken is van een complicatie of stoornis.

Roken en overmatig alcoholgebruik kunnen de botgenezing vertragen.

Kort na het verwijderen van gips kan er een zwelling optreden. Een elastische kous overdag kan dit tegengaan. Deze zwelling neemt in de loop van de dag toe en is 's avonds het sterkst, na verloop van tijd verdwijnt het vanzelf.


Gerelateerde onderwerpen
Woordenlijst
Links