Algemeen chirurg
Chirurgen aan het werk. (Susan Campbell)Een chirurg werkt op de operatiekamer, maar ook op de afdeling spoedeisende hulp en in de polikliniek van een ziekenhuis. Opereren maakt een belangrijk deel uit van het werk van een chirurg. Daarbij gaat het om kleine ingrepen zoals het verwijderen van moedervlekken of ingegroeide teennagels of het herstellen van een liesbreuk. Maar ook ingewikkelde ingrepen die voorkomen bij bijvoorbeeld darm- of longkanker, dichtgeslibde aders of door ernstige ongevallen.
Onder chirurgie vallen vier stromen: vaatchirurgie, kankerchirurgie (oncologische chirurgie), maagdarm chirurgie en traumatologie (ongevalschirurgie). Een chirurg heeft een eigen vakgebied maar is in noodgevallen ook op andere gebieden inzetbaar.
Een chirurg heeft zich na de opleiding tot arts zes jaar gespecialiseerd tot chirurg.
Een chirurg is te vinden op de operatiekamer of afdeling Spoedeisende Hulp. De chirurg doet kleine ingrepen zoals het verwijderen van moedervlekken, ingegroeide teennagels of het herstellen van een liesbreuk. Maar ook ingewikkelde ingrepen die voorkomen bij bijvoorbeeld darm- of longkanker, dichtgeslibde aders of ernstige ongevallen. Een chirurg is ook vaak degene die op de spoedeisende hulp vaststelt of een botbreuk geopereerd moet worden of met een spalk behandeld kan worden.
Een chirurg opereert voornamelijk en houdt zich daarnaast bezig met de controle, behandeling en begeleiding van geopereerde patiënten.
Mensen komen via de Spoedeisende Hulp bij een chirurg terecht of ze worden doorverwezen door de de huisarts of een medisch specialist.