Radiosynoviorthese
Een radiosynoviorthese is een behandeling van een ontstoken gewricht. Hierbij wordt het gewricht ingespoten met een radioactieve stof en inwendig bestraald. Het is een weinig belastende behandeling met weinig bijwerkingen. Een ziekenhuisopname van drie dagen is wel noodzakelijk.
Bij een radiosynoviorthese wordt meestal gebruik gemaakt van een radioactieve stof, Yttrium. Er wordt een kleine hoeveelheid van deze stof in de gewrichtsholte gespoten. De deeltjes hechten zich vervolgens aan het slijmvlies en worden verder opgenomen in het ontstoken weefsel.
Als het eenmaal is opgenomen in het ontstoken slijmvlies, zorgt lokale bestraling voor een geleidelijke verdwijning van de ontsteking. Met het verdwijnen van de ontsteking krijgt het gewricht kans zich te herstellen en weer te functioneren zoals dat hoort.
Eerst wordt zoveel mogelijk overtollig gewrichtsvloeistof uit het gewricht verwijderd waarna een kleine hoeveelheid van de radioactieve stof Yttrium in het gewricht wordt gespoten. Vervolgens wordt na verwijdering van de naald het gewricht enkele malen bewogen om de radioactieve deeltjes over het gehele gewricht te verspreiden. Dan wordt het gewricht drie dagen volledig 'geïmmobiliseerd' in een spalk, dat wil zeggen dat het gewricht niet kan bewegen en dus ook niet overbelast kan worden.
Tegelijk met het Yttrium spuit de reumatoloog ook cortisteroïd in het gewricht om en tijdelijke opleving van de ontsteking te voorkomen.
Deze behandeling wordt gebruikt bij een gewrichtsontsteking. De meeste bestralingen worden gedaan in het kniegewricht maar injecties in enkels, ellebogen, schouders, polsen en heupen zijn ook mogelijk.
Om vast te stellen of deze behandeling zinvol is, wordt meestal eerst een botscan gemaakt.
Deze behandeling wordt gedaan door een reumatoloog.
In het algemeen merkt men niet veel van deze injectie en van de radioactiviteit. Soms wordt de injectie in het gewricht gedaan onder röntgendoorlichting om er zeker van te zijn dat de injectienaald zich echt in het gewricht bevindt.
De deeltjes hebben een korte levensduur zodat na een week geen radioactiviteit meer in het gewricht aanwezig is. De bestraling blijft beperkt tot het ingespoten gewricht. De deeltjes zelf worden na het afgeven van radioactieve straling afgebroken en verdwijnt via de urine uit het lichaam. Het gewricht ondervindt geen hinder van deze bestraling en andere delen buiten het ontstoken slijmvlies worden niet bestraald.
Er zijn geen bijwerkingen op lange termijn. Weglekken van de radioactieve deeltjes vanuit het gewricht komt nauwelijks voor. Wel ontstaat er bij botsing van de radioactieve deeltjes tegen het ontstekingsweefsel een straling die men kan vergelijken met röntgenstraling.
Bij 1 tot 2 % van de patiënten kan tijdens de behandeling een tijdelijke opleving van de gewrichtsontsteking ontstaan. Daarom wordt tegelijk met het Yttrium meestal een cortisteroïd in het gewricht gespoten die een opleving van de ontsteking voorkomt.
Na drie dagen rust kan het gewricht weer gebruikt worden. Het gewricht kan in het begin nog wat stram zijn. Gedurende een week na de bestraling moet overmatige belasting vermeden worden. Na verloop van tijd nemen de ontstekingverschijnselen af en verdwijnt de gewrichtsontsteking meestal binnen drie maanden na de bestraling.
Zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven, mogen deze behandeling niet ondergaan.