Anesthesie

Wat is het?

Anesthesie is de verzamelnaam van alle soorten verdoving voor operaties. Het betekent 'gevoelloosheid'. Maar anesthesie houdt meer in dan alleen de verdoving. Het doel van anesthesie is om een patiënt in de best mogelijke conditie te houden tijdens een operatie.


Hoe werkt het?

Er zijn twee vormen van anesthesie die bij een operatie gebruikt kunnen worden namelijk algehele anesthesie (narcose) en regionale anesthesie (uitgebreide plaatselijke verdoving). Een combinatie van beide vormen kan ook worden toegepast, dit gebeurt met name bij grotere operaties.

Per persoon bekijkt de anesthesioloog welke vorm van anesthesie het meest geschikt is. Dit is afhankelijk van verschillende factoren zoals leeftijd, lichamelijke conditie en het soort operatie.

Algehele anesthesie
Bij algehele anesthesie wordt het hele lichaam verdoofd. Doordat men tijdelijk buiten bewustzijn is, merkt men niets van de operatie en kan men zich daarna ook niets van de operatie herinneren. In de meeste gevallen worden de medicamenten voor de anesthesie via een infuus toegediend. In sommige gevallen wordt dit via een kapje met zuurstof over de neus en mond toegediend. Als het nodig is, wordt iemand tijdens de volledige anesthesie beademd via een buisje in de keel en luchtpijp.

Regionale anesthesie
Bij regionale anesthesie maakt de anesthesioloog alleen het deel van het lichaam dat geopereerd moet worden gevoelloos voor pijnprikkels. Dit lichaamsdeel kan niet bewegen zolang het medicijn werkt. Voor een operatie aan bijvoorbeeld de knie, kan alleen het onderlichaam verdoofd worden maar soms is het ook mogelijk alleen het been dat geopereerd moet worden te verdoven. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door middel van een ruggenprik.

Bij deze vorm van anesthesie blijft iemand dus in principe wakker. Het operatiegebied wordt zo afgeschermd zodat er niets van de operatie te zien is. Soms kan de operatie gevolgd worden via een tv-scherm, bijvoorbeeld als het gaat om een kijkoperatie. Mensen die niet mee willen kijken, kunnen dit van tevoren aangeven. De anesthesioloog kan een kortwerkend slaapmiddel toedienen waardoor men weinig tot niets van de operatie merkt.
Sommige vormen van regionale anesthesie hebben als voordeel dat er na afloop van de operatie een goede pijnstilling gegeven kan worden met plaatselijk verdovende medicijnen die via een slangetje worden toegediend.

Tijdens de operatie blijft een anesthesie-assistent en/of een anesthesioloog voortdurend bij de patiënt om de ademhaling, bloeddruk, temperatuur en polsslag voortdurend in de gaten te houden. Als dat nodig is, kan de anesthesioloog ieder moment de anesthesie bijstellen.

Locale verdoving
Bij een kleine ingreep zoals het plaatsen van een hechting is een locale verdoving met een spray en/of een injectie voldoende.


Voor welke problemen wordt het gebruikt?

Anesthesie wordt toegepast bij bijna alle operaties.


Door wie wordt het toegepast?

Anesthesie wordt verzorgd door een anesthesioloog in een ziekenhuis. Bij kleine ingrepen geeft de arts die de ingreep doet zelf de plaatselijke verdoving.


Bijwerkingen en risico's

Door goede bewakingsapparatuur, moderne geneesmiddelen en door een goede opleiding van de anesthesioloog en diens assistenten, is anesthesiologie veilig. Ernstige complicaties komen na anesthesie vrijwel niet voor. Soms kunnen er wel bijwerkingen optreden zoals misselijkheid, braken, spierpijn en keelpijn. Deze verschijnselen verdwijnen meestal na enige tijd spontaan. De misselijkheid kan met medicijnen goed behandeld worden.

Soms is het nodig dat er voor de ingreep een beademingsbuisje in de keel wordt gebracht. Hiermee wordt tijdens de operatie de ademhaling gecontroleerd. Bij het inbrengen daarvan kan door druk op slechte tanden het gebit beschadigen. Breng de anesthesioloog op de hoogte van eventuele slechte of loszittende tanden.

Na afloop van een operatie hebben mensen door de beademing soms een droge of pijnlijke keel.


Gerelateerde onderwerpen
Woordenlijst
Links