CT-scan

Wat is het?
CT-scan (computertomografie) CT-scan (computertomografie) (www.neurochirurgie-zwolle.nl)

CT staat voor Computed Tomography oftewel Computertomografisch onderzoek. Tijdens een CT-scan worden met behulp van röntgenstralen en computerberekingen afbeeldingen van weefsels en organen gemaakt.

Tijdens het onderzoek draait een smal bundeltje röntgenstralen in enkele seconden om het lichaam heen. Het is afhankelijk van de samenstelling van het lichaamsweefsel hoeveel röntgenstralen worden doorgelaten. Een computer berekent hoeveel van de röntgenstralen zijn doorgelaten op iedere plaats in lichaam. Uit deze computerberekeningen worden beelden samengesteld die eruit zien alsof er plakjes van het lichaam of het orgaan zijn gesneden. Op een beeldscherm wordt steeds een afbeelding weergegeven. Deze afbeeldingen kunnen ook worden afgedrukt.

Het beeldscherm en de computer bevinden zich in een ruimte naast de onderzoekkamer. Van hieruit wordt de CT-scanner bediend en vindt het verschuiven van de onderzoektafel voor iedere dwarsdoorsnede plaats.

Bij een aantal onderzoeken kan het noodzakelijk zijn om een contrastvloeistof te gebruiken. Deze moet soms worden gedronken, soms wordt deze in een ader ingespoten via een infuusnaaldje. Dit naaldje blijft enige tijd zitten. Indien een bijwerking optreedt, kan dit direct gebruikt worden om medicijnen toe te dienen die dit tegengaan.


Bijwerkingen en risico's

Contrastmiddel in de bloedbaan
Door verbetering van het contrastmiddel komen bijwerkingen tegenwoordig nog maar zelden voor. Als er toch bijwerkingen optreden, zijn die over het algemeen goed te behandelen.
Jodiumhoudend wateroplosbaar contrastmiddel is een andere vorm van jodium dan de jodium die gebruikt wordt om de huid te desinfecteren. Indien iemand allergisch is voor jodium op de huid, wil dat niet zeggen dat men ook allergisch op een injectie zal reageren. Bijwerkingen die na het inspuiten kunnen optreden zijn vooral: misselijkheid, galbulten en niezen.

Bij mensen met hartproblemen mag niet teveel vloeistof in een keer ingespoten worden; het is dus belangrijk om het bestaan van hartklachten te melden. Mensen met een slechte nierfunctie of met de ziekte van Kahler of Waldenström lopen kans op een verslechtering van de nierfunctie. Tabletten tegen suikerziekte (Glucophage / Metformin) kunnen, in overleg met de behandelend arts, enkele dagen gestaakt worden.

Mensen die een allergische aanleg hebben of lijden aan astma of hooikoorts, hebben iets meer kans op bijwerkingen. Deze kans blijft echter zo klein, dat voorbereiding met medicijnen niet wordt aanbevolen.
Wanneer bij iemand in het verleden een bijwerking is opgetreden en het gebruik van contrastmiddel opnieuw noodzakelijk is, dan kan een voorbereiding met medicijnen plaatsvinden. Deze voorbereiding bestaat meestal uit het innemen van tabletten Prednison en Tavegil.

Verder kan er soms een ontsteking ontstaan van de ader waar de vloeistof ingespoten is; dit is goed te behandelen. Er zijn geen gegevens bekend over het effect van contrastmiddel op de rijvaardigheid.

Röntgenstraling
Het is bekend dat röntgenstralen nadelig kunnen zijn voor de mens. Een onderzoek met röntgenstraling wordt daarom alleen gedaan als het nuttig en belangrijk is voor de medische behandeling.

Het is belangrijk zwangerschap of een vermoeden ervan vooraf te melden. Röntgenstraling kan schadelijk zijn voor het ongeboren kind.


Voorbereiding

De voorbereiding op het onderzoek is afhankelijk van het af te beelden lichaamsdeel en van het gebruik van contrastvloeistof; bovendien kunnen er verschillende procedures zijn bij verschillende ziekenhuizen.
Soms is het nodig om voor het onderzoek contrastmiddel te drinken.


De gang van zaken tijdens het onderzoek

Het onderzoeksapparaat, de zogenaamde scanner, bestaat uit een grote smalle kast, waarin zich de röntgenbuis en de meetinstrumenten bevinden. Voordat het onderzoek begint, neemt de patiënt plaats op een onderzoektafel. Deze onderzoektafel wordt in de ronde opening van de scanner geschoven, zodat het te onderzoeken lichaamsdeel zich midden in de opening bevindt. Het overige deel van de onderzoektafel steekt aan beide kanten uit de scanner.

Tijdens het maken van de opnames is te horen hoe de röntgenbuis (niet zichtbaar) om de tafel draait. Tijdens de opnames moet men stil blijven liggen. Bij onderzoek van de buik of van het bovenlichaam zal gevraagd worden de adem in te houden. Na iedere opname kan men even ontspannen, maar men moet wel in dezelfde houding blijven liggen.

Bij een aantal onderzoeken kan het noodzakelijk zijn om een contrastvloeistof te gebruiken. Deze moet soms worden gedronken, soms wordt deze in een ader ingespoten via een infuusnaald. Deze naald blijft enige tijd zitten. Indien een bijwerking optreedt, kan de naald direct gebruikt worden om medicijnen toe te dienen die dit tegengaan.
Het is niet altijd van tevoren te bepalen of een contrastmiddel nodig is. Soms wordt dit tijdens het onderzoek door de radioloog bepaald.

Het onderzoek duurt gemiddeld 15 minuten.


Na het onderzoek

Na het onderzoek kan men weer gewoon eten en drinken, tenzij hierover andere afspraken zijn gemaakt.


De uitslag

De uitslag is ongeveer een week na het onderzoek bekend. De specialist die het onderzoek heeft aangevraagd, zal de uitslag met de patiënt bespreken.

Bronnen: Orthopedie prof. dr. J.A.N. Verhaar, prof. dr. A.J. van der Linden (2001 Bohn Stafleu Van Loghum ISBN 90-313-3094-9)
 

Gerelateerde onderwerpen
Woordenlijst
Links