Gips en operatie na botbreuk

Wat is het?
Met gips (of gipsverband) worden gebroken of vergroeide botten weer in de juiste houding gezet.

Gips is pas na 48 uur hard. De eerste twee dagen moet er voorzichtig mee worden omgegaan. Laat het gips niet op een harde rand rusten, maar op een zachte onderlaag. Circulair kunststofgips is al na dertig minuten volledig hard.

Soms is een operatie nodig om vergroeide of gebroken botten weer goed te zetten.
Hoe werkt het?
Bij botbreuken wordt vaak in de eerste fase een röntgenfoto gemaakt om te controleren of de botstukken nog wel goed op hun plaats zitten. Met gips worden de gebroken botstukken zo goed mogelijk op hun plaats gehouden. Nadat de breuk eventueel is rechtgezet, wordt het gips in principe eerst aangelegd als een spalk. Dit is nodig om de zwelling goed de ruimte te geven zodat de bloedsomloop in de arm of het been niet wordt belemmerd.
Zodra de zwelling is afgenomen kan, als dat nodig is, het gips helemaal rondom gemaakt worden en in een latere fase (bij een breuk aan het been) worden uitgebreid tot loopgips.

Vooral breuken waarbij de botstukken niet of slechts weinig van hun plaats zijn gegaan, komen in aanmerking voor gips.

Een botbreuk kan ook behandeld worden met een operatie. Hierbij worden de gebroken botstukken zo stevig aan elkaar bevestigd dat de arm of het been direct na de operatie geoefend kan worden. Hierdoor blijven de spieren stevig, de gewrichten soepel en ontkalt het bot niet. Er zijn verschillende operatiemethodes. De specialist zal aan de hand van de situatie bepalen welke methode het beste is.

De methodes zijn:
  • Het aanbrengen van een plaat met schroeven op het gebroken botstuk
  • Het aanbrengen van schroeven in het gebroken botstuk
  • Pennen die door de huid heen in het bot worden geboord en dan buiten de arm of het been stevig met elkaar worden verbonden
  • Pennen door de mergholte van het bot
  • Het vervangen van een afgebroken botdeel door een prothese
Voor welke problemen wordt het gebruikt?
Deze behandelingen worden gebruikt als een bot gebroken is, dit wordt ook wel fractuur genoemd. Een fractuur kan uiteenlopen van een scheurtje in het bot tot een volledige verbrijzeling ervan.

Niet alle botbreuken hebben een behandeling nodig in de vorm van gips of een operatie. Gebroken ribben of vingertoppen bijvoorbeeld genezen na verloop van tijd spontaan. Bij een gebroken sleutelbeen, vinger of middenhandsbeentje is tijdelijk rust geboden waarna in een vroeg stadium weer geoefend kan worden. Dit geldt ook voor sommige typen van wervel- en bekkenfracturen.
Door wie wordt het toegepast?
Gips wordt meestal aangemeten op de gipskamer van de Spoedeisende Hulp (of EHBO). Hier komen alle patiënten terecht die na een ongeval letsel hebben opgelopen aan het 'steun- en bewegingsapparaat' en hiervoor met gips behandeld moeten worden. Gips kan ook worden aangemeten op de gipskamer van de Operatiekamer. Hier komen alle patiënten terecht die na een operatie in het gips moeten.

In de gipskamer heeft de gipsverbandmeester de leiding. Deze heeft als basis een opleiding tot verpleegkundige aangevuld met een specialistische opleiding (praktijk en theorie) van twee jaar. Een gipsverbandmeester kan, afhankelijk van de (hoeveelheid) werkzaamheden, worden geassisteerd door collega's en assistenten.

De operaties worden uitgevoerd door een chirurg.
Bijwerkingen en risico's
Gips mag niet nat worden. Circulair kunststofgips kan wel tegen water, maar de katoenen kous en watten eronder niet. Bescherm het gips of kunststofgips dus bij het douchen met een plastic zak of een speciale badkous. Een plastic zak kan met een pleister waterdicht afgeplakt worden op de huid. Douche zo kort mogelijk. Er is ook een speciale douchehoes. Deze is tegen betaling verkrijgbaar, ziektekostenverzekeraars vergoeden die meestal niet.

Aan een gipsbehandeling kleven enkele bezwaren, behalve het gebroken botstuk moeten namelijk ook aangrenzende gewrichten worden in het gips gezet. Daardoor kunnen spieren verslappen, gewrichten verstijven en botten ontkalken.

Ook aan een operatie kleven nadelen. Omdat er geopereerd wordt, is er een vorm van anesthesie nodig. Een operatie brengt extra beschadiging mee van met name de weefsels rond het bot. Alle bijwerkingen en complicaties die voor andere operaties gelden, zijn ook hier van toepassing: bijvoorbeeld wondinfectie, bloeding, trombose, embolie, long- en blaasontsteking. Vaak moet het materiaal, als dat gebruikt is (zoals schroeven), weer verwijderd worden als de breuk genezen is. Dit betekent weer een extra operatie.

Neem contact op met het ziekenhuis als ondanks het hoog houden van arm of been:
  • De vingers of tenen gaan tintelen, dik worden of paarsblauw verkleuren.
  • De vingers of tenen niet of nauwelijks kunnen bewegen.
  • Het gipsverband pijn veroorzaakt of knelt (pijn op de plaats van de breuk is meestal niet verontrustend).
  • Het gips gebroken is. In geval van loopgips mag het gips dan niet meer belast worden.
  • Het gips nat en slap geworden is.
Online bronnen: ziekenhuis.nl
Gerelateerde onderwerpen: