Fasciitis plantaris (hielpijn)
Wat is het
De pijn bevindt zich aan de onderkant van de hiel. 's Ochtends bij het opstaan, bij het zetten van de eerste stappen, is de pijn het hevigst. Naarmate de dag vordert, neemt de pijn af. Aan het einde van de dag is er soms sprake van een doffe pijn aan de binnenkant van de hiel die door rust verder afneemt.
Als men weer gaat lopen, komt de pijn geleidelijk opzetten. Ook kan de hiel rood zijn en een beetje opgezet. Op de voetzool, vlak bij de middenlijn, bevindt zich een punt dat extra gevoelig is als men erop drukt.
Enkelpijn komt het meest voor bij mannen tussen de 40 en 70 jaar die voor hun werk veel moeten lopen of staan. Daarnaast hebben vrouwen die aan overgewicht lijden een verhoogd risico op deze aandoening.
Waardoor kan het komen
Ook andere problemen met de voet zoals platvoeten of juist een hoge voetboog, kunnen tot ontsteking van de bindweefselband leiden.
Hoe wordt het vastgesteld
De röntgenfoto kan ook andere mogelijke oorzaken van hielpijn uitsluiten (of aan het licht brengen) zoals een scheurtje in het bot.
Wat kan helpen
Bij hevige pijn kan de arts pijnstillers voorschrijven of een injectie met corticosteroïden geven.
Verder is het raadzaam inlegzolen te gebruiken. Als dat ook niet helpt, kan een gipsverband worden aangelegd.
Bij ernstige pijn, of als de pijn lang aanhoudt, kan een operatie helpen. Hierbij wordt de gespannen bindweefselband losser gemaakt. Circa 95 procent van de patiënten heeft minder pijn na de operatie. Maar een operatie helpt niet altijd tegen alle klachten.
Wie kan helpen
Ermee leven
Het kan over het algemeen geen kwaad om met deze aandoening aan het werk te blijven. Toch kan de pijn zo hevig zijn dat sommige mensen zich misschien kortdurend ziek melden. Er kan gekeken worden of de klachten door het uitoefenen van het werk ontstaan. Het is belangrijk om activiteiten of werkzaamheden aan te passen om overbelasting te voorkomen. Dit kan inhouden dat werkzaamheden aangepast dienen te worden.
Het is over het algemeen gunstiger voor het herstel om naar het werk te blijven gaan en het werk tijdelijk aan te passen. Als dat niet lukt, is het handig om contact te houden met collega's.
Iemand die zich niet ziek meldt, kan wel een afspraak maken met de bedrijfsarts of de bedrijfsverpleegkundige om de problemen op het werk te bespreken. Wellicht is het mogelijk om met kleine aanpassingen aan het werk te blijven.